Het aandeel vrijgekomen sociale huurwoningen dat wordt toegewezen aan statushouders, is vorig jaar opnieuw gestegen. In 2023 ging bijna 8 procent van de beschikbare corporatiewoningen naar mensen met een verblijfsstatus, zo blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
Een jaar eerder lag dat percentage rond de 7 procent. Daarmee zet de stijgende lijn sinds 2020 door, wat volgens veel woningzoekenden opnieuw laat zien hoe krap de sociale huurmarkt is.
In totaal kwamen er in 2023 161.000 corporatiewoningen vrij. Daarvan werden 12.729 woningen toegewezen aan statushouders.
De overige 148.290 woningen gingen naar andere woningzoekenden. De afgelopen jaren schommelde het aandeel tussen de 4 en 7 procent, waardoor de stijging van vorig jaar opvalt.
Een ander opvallend detail: bijna de helft van de statushouders die uiteindelijk een sociale huurwoning kreeg, had hun verblijfsvergunning al langer dan een jaar. Dat betekent dat veel mensen al geruime tijd wachten op een eigen plek.
Grote regionale verschillen
Tussen regio’s zijn de verschillen groot. In de regio Alkmaar ging ruim 13 procent van de vrijgekomen woningen naar statushouders, het hoogste aandeel van het land.
Rond Delfzijl lag dat percentage juist rond de 2 procent. Gemeenten verschillen dus sterk in hoeveel mensen zij kunnen huisvesten.
Gemeenten zijn nu nog wettelijk verplicht om statushouders aan een passende woning te helpen.
Hoe groter de gemeente, hoe hoger het aantal mensen dat zij moet opvangen.

Discussie over wetsplan gaat door
Het demissionaire kabinet wil deze wettelijke verplichting schrappen. De Raad van State is echter kritisch.
Die noemt het voorstel om de voorrang te laten vervallen “discriminerend” en zegt dat het in strijd is met de Grondwet.
Het plan ligt daardoor politiek gevoelig en lijkt voorlopig nog niet rond te komen.
